Angst.

We zitten weeral een tijdje in het potje te roeren. Ik roer en de de zoon laat maar met mondjesmaat dingen los. Maar ik merk het aan alles. Zijn gedrag, in de eerste plaats. Ruzie zoeken, ruzie maken, kort lontje. Zijn frustratie. Heel vlug en heel vaak. Plots. Maar vooral zijn drang naar nabijheid.
Zo stond hij deze ochtend om 5u10 aan mijn bed. Hij had een enge droom gehad. Iets over school. Of op school. Hij had geluk dat de echtgenoot het echtelijke bed al verlaten had om zijn dagtaak te gaan vervullen waardoor de zoon bij mij kon liggen. Twee tellen later vloog het bange vogeltje al weer rond in dromenland.
Deze avond staat hij voor de eerste keer sinds lang terug beneden. Net zoals vroeger, één minuut nadat hij zijn boek heeft weggelegd en zijn licht heeft uitgedaan hoor je gestommel. “Die enge droom zit weer in mijn hoofd, mama. En ik wil daar niet aan denken.” “Ik heb iets aan mijn neus gevoeld en toen een deur gehoord. En nu denk ik aan enge dingen.” We kunnen argumenteren maar ik weet zo al dat het niet helpt. Ik zie aan heel zijn zijn dat het niet goed komt. Hij frutselt met zijn handen, hij frutselt aan zijn mouwen. Hij loopt gebogen en kijkt rond terwijl hij zijn verhaal doet. Hij lijkt ook een beetje te stotteren. Hij springt bij ons op de zetel en durft niet te vragen of we mee naar boven gaan. Maar zijn ogen smeken het wel. Ik kruip bij hem in bed. Verbaasd vraagt hij nog wat ik ga doen en als ik zeg “slapen”, dan zie ik een kleine jongen die zich dicht tegen me aan legt en zegt dat hij nu ook gaat slapen.

Ik voel hem rustig worden, zijn ademhaling wordt regelmatig en zijn ogen blijven dicht. En eigenlijk ben ik trots dat ik er in slaag om hem te kalmeren en hem te laten slapen.  Ik geniet van die tien minuten, want langer duurt het niet. Maar ik weet ook dat we er nog niet zijn. Nog lang niet.

Bezoek bij de kapper.

Gisteren zaten we dus bij de kapper in Gent. Maar de nieuwe stap in vertrouwen werd overschaduwd door het bezoek van een bedelaarster in de kapperszaak. Een oude dame, nog krommer dan de heks van Sneeuwwitje, met een oude, groene jas en een omslagdoek op haar hoofd. Het brak mijn hart om een persoon zo te zien bedelen. Maar ik hield dat hart ook vast. Want als Mr.M haar zou zien, … Neen, dat kwam niet goed.

Wat ik niet had zien aankomen, was dat ze plots de kapperszaak binnenstapte. Ik voelde Mr. M trillen als een rietje en dicht tegen me aankruipen. Het hele incident werd nog versterkt door het ferme optreden van een van de aanwezige klanten die de dame op resolute wijze buitenzette. Eerlijk gezegd was het, voor ons volwassenen, een pijnlijke situatie. Niemand wist echt goed wat te doen of hoe correct te reageren. Het is pijnlijk om geconftronteerd te worden  met deze kant van de samenleving.

Mr. M. gaf meteen aan dat hij het maar een enge dame vond. Ik legde uit dat ze geld kwam vragen (want ze had dat in het frans gedaan) en dat er waarschijnlijk iets mis was met haar rug en dat ze daardoor zo krom liep en dus niet kon werken. Dat er, ook dicht bij ons, arme mensen zijn die moeten bedelen om geld om eten te kopen.

Maar ‘s avonds, als hij alleen in zijn bedje lag, kwam het beeld, zoals te verwachten was, in alle hevigheid terug. En dan is hij gewoon een kleine, bange jongen.
Ik heb zijn angst erkend. Toegegeven dat ik begreep dat hij het maar een eng beeld vond. Ik ben uiteindelijk bij hem gaan liggen, samen in zijn bed en toen vertelde hij over zijn echte angst: hij was bang dat hij ook zo zou worden. Krom en arm.

Alles reflecteert hij op zichzelf. Elk gevoel, elke situatie, elke emotie. Hij slaagt er niet in om zich af te sluiten, om de boze wereld buiten te houden, om voor zichzelf te zorgen.

Ik vind sociaal engagement een mooie eigenschap. Maar ik vrees dat ik heel hard het evenwicht zal moeten bewaren zodat mijn fantastische zoon zichzelf niet verliest.

Er komt een jongen bij de kapper.

Mr. M’s haar was lang. Te lang. Veeeeel te lang. Het kriebelde, zei hij. En dus planden we deze namiddag een bezoekje aan de kapper.
Wij gaan naar een kapper in Gent. Wij wonen niet in Gent. Maar speciaal voor Mr. M. rijden wij dus een 25 minuten om zijn haar te laten knippen. En dat komt zo:

De allereerste keer was hij nog klein en zijn we naar de biokapper geweest aan het Zuid. Dat viel mee, beetje duur, maar alles ok. Daarna zijn we toevallig bij onze huidige kapper terechtgekomen, op een moment dat het voor Mr. M al helemaal niet meer zo evident was. Maar S, de kapper van dienst, was heel begripvol en is er in geslaagd om Mr. M’s haar te fatsoeneren. Droog. En snel. Want mijn fantastische zoon weigert om in de stoel te gaan liggen om zijn haar te laten wassen. Dus in het begin was het droog knippen of in uiterste nood sproeien met de plantenspuit. Hij vindt die totale overgave (hoofd achterover en water over zijn hoofd) maar niets. Geen vertrouwen in vreemde mensen. Maar, na enkele knipbeurten, klikt het tussen S en Mr. M. Hij antwoordde vandaag zelfs op de vragen die S hem stelde! En toen vroeg S of hij Mr. M’s haar mocht natmaken. In de stoel. Weliswaar naast moeke en ik in de andere stoel, maar Mr. M stemde toe! En dus werd Mr. M’s haar vandaag voor de allereerste keer nat geknipt! Ik ben er nog niet goed van!! Shampoo kwam er nog niet aan te pas. Net zomin als wax. Maar voor de rest: hartjes voor S en een dikke duim voor mijn fantastische zoon!!!!

Bang.

Ik heb een bange zoon. Het kost me soms moeite om zijn angst te zien. Ons volwassen brein relativeert een groot deel van die angst. Maar mijn fantastische zoon is niet volwassen. We kregen de raad om zijn angst te erkennen. Als hij denkt dat er een boef gaat komen, dan is dat zo. We hebben trouwens zelf al ondervonden dat zeggen dat de deuren op slot zijn, geen optie is (“want dan slaat die boef wel een raam in”), of dat papa ons wel zal beschermen, helpt ook niet “want als er twee boeven zijn dan kan papa dat toch niet.” We hebben nochtans een stoere papa. Maar helaas. Ik heb een bange zoon…

Tot een paar weken terug – ik durf zelfs zeggen een paar maand –  had ik een stoere dochter. Extrovert, uitbundig, vrij, sociaal, immer vrolijk. Nu ik erover nadenk, net dat laatste zorgt er meestal voor dat mijn alarm afgaat als het om mijn patiëntjes gaat. Want welk kind is immer vrolijk?
Zo ook mijn dochter. Ze wordt wakker met een big smile op haar gezicht. Althans, ze werd wakker…

Want de laatste tijd huilt ze als ik haar op school afzet. Ik ben eigenlijk vrij opgelucht als ze alleen maar huilt. Want ze kan ook krijsen, slaan en schoppen. Drama! Scenes!
Ze vraagt ook elke ochtend waar papa is. En dan zeg ik haar – elke ochtend – dat papa gaan werken is. En morgen vraagt ze het opnieuw.
Dinsdag werd ik gebeld met de vraag of ik haar kon ophalen. Ze was niet in haar goede doen en de juf had het gevoel dat er iets aan de hand was. De juf kent haar en haar trucken van de foor. Maar nu was het anders. Medisch was ze ok, dus ik bel mijn mama voor opvang. Op dat moment begint ze te roepen en te krijsen. Dat ze niet naar moeke gaat. Dat ze nooit meer naar moeke gaat. Nee! Neeeeeee! Neeeeeeeeeeeeeeeeeeeee!

Ik blijf bij haar. Ik neem haar dicht bij me en zo valt ze in slaap. Ze heeft twee uur geslapen. Hallucinant voor een kind dat als baby nooit geslapen heeft overdag.
Op woensdag komt moeke haar halen. Ik moet werken. Zij moet dat leren. Ik ben hoopvol als ze lachend haar jas aan doet. Ze gaat mee naar buiten, maar blijkbaar dringt dan pas door wat de bedoeling is. Zelfde scenario. Roepen, tieren, teruglopen, knuffelen, nog een kusje, “neeeeeeeee, ik wil niet!!!!!”.
‘s Avonds vertelt ze ook letterlijk dat ze bij mij wil blijven. Voor haar is het duidelijk. Practisch gezien zijn er wel een paar kleine obstakels…

Ze is vierenhalf en ze is bang. Ze wil bij ons zijn. Liefst heel de dag. Verlatingsangst zien we meestal op een jongere leeftijd. Ik kan niet met haar praten. Ze lijkt niet te luisteren. Ze weet heel goed dat papa moet werken. Iedere weekdag. En dat mama ook moet werken. En dat zij naar school gaan. Iedere weekdag. En dat we in het weekend allemaal samen zijn en leuke dingen gaan doen. Samen. Zij weet dat. Maar op één of andere manier is dat niet voldoende. Ze wil bij ons zijn. Liefst iedere dag.

Tot voor kort vroeg ik me – luidop en in stilte – af of zij het ook zou hebben. Ik denk dat ik het me niet meer moet afvragen.

Slapen.

Hoe krijg je een bange jongen in slaap?
Moeilijk.
Trial and error.
En meestal faal je.

Iedere avond zorgen we er voor dat de kinderen tussen half acht en kwart voor acht klaar zijn om in hun bed te kruipen. We kijken niet op vijf minuten want hen opjagen is geen goed idee. Stress vermijden en voor de nodige rust zorgen. Mr. M mag nog lezen tot half negen en dan gaat zijn licht uit. Hij doet dit zelf. Het is niet nodig dat ik ga controleren. Die rigiditeit en de allesoverheersende drang om goed te doen, weet u wel.
Wat ook helpt is het feit dat mijnheer iedere avond om precies één minuut over half negen beneden staat. Om te melden dat hij buikpijn heeft. Om te vertellen dat hij nog iets moest vertellen. Dat zijn de onschuldige boodschappen. Want meestal zit het dieper. Angst voor monsters, stemmen of beelden in zijn hoofd. Kriebels voor gebeurtenissen die morgen komen of gisteren gebeurd zijn.
Soms blijft hij boven na twee keer, andere keren loopt hij na een uur nog heen en weer. Vroeger gaan slapen helpt niet. Later gaan slapen lijkt me geen goed idee. Ik speelde de bal door naar de therapeute.

Tijdens therapie had hij geweigerd om aan de slag te gaan. Je angst recht aankijken was precies nog een brug te ver. Ik kreeg een mail met “oefeningen”.
Voorlopig gaat het om een combinatie van visualiseren, meditatie, yoga, relaxatie. Ik weet het, ik lijk alle registers open te gooien. Ik heb dan ook veel over voor een goede nachtrust. We hebben de oefeningen nu gedurende een week iedere avond gedaan en zal ik u eens wat vertellen? Mr. M blijft boven. Is zijn angst weg? Neen, zeker niet. Maar op de één of andere manier slaagt hij er in om zijn boek dicht te doen, zijn lampje uit te doen en gewoon in slaap te vallen.

We moeten om beurten vijf dingen opnoemen die we kunnen zien, vijf dingen die we kunnen ruiken en vijf dingen die we kunnen voelen. Zijn antwoorden verbazen me. Vooral het ‘voelen’ is intens. Vervolgens ademen we in en blazen rustig uit. De laatste keer mag zijn dromenvanger – die boven zijn bed hangt – bewegen. Als laatste wrijf ik nog even over zijn rug. Hij geniet. Ik geniet. En dan gaat hij naar dromenland.

Hij houdt er ook van om voor mij voor te lezen. Dus vanaf nu mag hij kiezen tussen “de oefeningen” (zoals hij het zelf noemt) en voorlezen. Hij heeft besloten om af te wisselen. Een dag voorlezen, een dag oefenin. Zo kennen we hem. Patronen. Georganiseerd. Nu al weten wat er morgen komt.

Slaap lekker.

Het mysterie van het verdwenen ondergoed.

Ik ging verhaal halen bij de echtgenoot. Want Mr. M’s onderbroeken waren op en dat kon helemaal niet en hij had de was opgeplooid en weggelegd.
Op dat moment zie ik onweer op Mr. M’s gezichtje. Mijn ingebouwd alarm gaat lichtjes af en ik wacht tot er iets komt. Hij draait rondjes. Is duidelijk aan het overwegen wat zijn volgende stap zal zijn. Maar in zo’n geval wint de rede en de rechtvaardigheid altijd. Ik ben boos op zijn papa (nou ja…) en Mr. M. bezit de kennis om dat ongedaan te maken. Ik ben er nog steeds van overtuigd dat hij in zo’n geval steeds voor de eerlijkheid zal kiezen.

“Dat hij het niet leuk vindt om ‘s morgens vers ondergoed aan te trekken. Dat hij niet wist hoe hij me dat moest zeggen en dat het eigenlijk een geheimpje was. Dat hij het wel leuk vindt als ik zijn kleren klaar leg, maar dat daar dus iedere keer ondergoed bij ligt en dat dat nu net te veel is.” Op dat moment trekt hij een bak vanonder zijn bed. Vol. Met. Onderbroeken. En kousen. En hemdjes. Ik moet eerlijk toegeven, dat ik het in eerste instantie best amusant vind. Ik stond net nog in een lege lade te kijken en me af te vragen waar die onderbroeken heen zijn. Op dit moment sta ik naar een volle bak ondergoed te kijken. Maar ik besef ook dat hier lessen te leren zijn. Dus ik onderdruk mijn lach en besluit het op zijn gevoel te smijten.

“Dat ik verdrietig ben omdat hij niet eerlijk kon zijn. Dat ik teleurgesteld ben omdat ik hem vertrouw en dat hij mijn vertrouwen nu beschaamd heeft.” Ik zie zijn gekwetst gezichtje. Ik hoor zijn hartje breken. Maar er moet ook opgevoed worden. Hypersensitief of niet. Bang of niet. En ik weet heel goed dat ik op het goede spoor zit. Ik zeg hem rustig dat ik niet boos ben. “Boos zijn heeft in deze geen zin. Neen, ik ben droevig omdat ik hem de verantwoordelijkheid geef  om elke ochtend alleen zijn kleren aan te doen. Omdat ik weet dat hij die verantwoordelijkheid  aankan. Omdat hij het niet fijn meer vindt om samen met ons op de badkamer zijn kleren aan te doen. En nu ben ik dus teleurgesteld.”

Ik zie zijn radertjes werken. De boodschap is aangekomen. Ik voel het nazinderen!

Een paar uur later komt hij op mijn schoot zitten en fluistert in mijn oor dat hij er alles zal aan doen om mij niet meer teleur te stellen.

En mijne was, dat weekend, is een beetje minder dan anders!

Schoolstress.

Ik mailde gisterenavond met de juffen. Omdat het niet goed gaat met Mr. M. Omdat het een hels weekend was. Omdat hij had moeten rechtstaan in de klas en toen hij eindelijk de moed had om te melden dat hij pijn had aan zijn voeten (hij draagt steunzolen, sinds kort gedurende de hele dag en hij heeft heel veel last van groeipijnen) de juf (waarmee het niet zo goed klikt) geantwoord had dat hij niet moest zeuren… Ik wou hen vragen om hem te horen, om te erkennen dat hij pijn kan hebben. Om hen uit te leggen dat zijn rigiditeit en rechtvaardigheidsgevoel het niet toe laten om te liegen.

Ik stuur de mails naar beide juffen. De ene (waarmee het wel klikt) antwoordt dat ze nog geen signalen opgevangen heeft, dat hij het supergoed doet tijdens rekenen en taal en dat hij graag in de les zit. De andere stuurt een lange mail waarin ze meldt dat ze ook al een hele tijd opmerkt dat er niets is dat hem boeit, dat ze hem daarover aangesproken heeft en dat ze dat flauw vindt. Dat ze hem wel wil horen maar dat ze daar niet altijd tijd voor heeft. Dat ze ook deze ochtend, toen ze meldde dat ze naar de film zouden gaan, gemerkt had bij Mr.M. dat hij er geen zin in had.

Nu moet u weten dat Mr.M. zondag de ervaring van zijn leven beleefd heeft bij een voorstelling van Koning Lou. Klassieke muziek wordt gebruikt als decor voor een spannend Koning Lou verhaal (zijn helden op dit moment). Hij heeft genoten! Hij keek er dan ook enorm naar uit dat hij op maandag weer naar toneel zou gaan. Ik had hem al verteld dat het naar een schoolvoorstelling was, en niet naar Koning Lou. Maar dat gaf niet, zei hij, hij vond toneel leuk. Op school bleek het geen toneel te zijn, maar “Dolfje Weerwolfje”, een film die ik met hem vorig jaar al heb gezien en waarvan hij weken niet geslapen heeft. Ik kan me zo al voorstellen hoe ongelofelijk enthousiast hij was…

En zo lijkt er maar geen einde te komen aan de negatieve stroom. Hopelijk brengt de therapie van vrijdag een koerswijziging.